vliegske

Een avondwandeling

1. augustus 2012 22:50 by Administrator in   //  Tags:   //   Reacties (0)

De uitgestrektheid vernietigt mij. Ze vernietigt mij letterlijk. Terwijl ik door deze lege straten wandel is daar de uitgestrektheid, die alles verslindt, elke gedachte, elke gewaarwording. En toch is de uitgestrektheid niet gescheiden van alles wat zich aandient: het schijnsel van de straatlantaarns, de schimmen van minnaars die arm in arm lopen, het geronk van avondbussen, het geluid van voetstappen op het koude trottoir. En andermaal onthult het geheim dat zo volstrekt duidelijk is zichzelf: ik ben nergens te vinden, en ik ben overal. Ik ben niets, en toch ben ik één met alle dingen, omdat er in werkelijkheid helemaal geen afzonderlijke dingen zijn.

Het denken zwijgt nu, en toch openbaart het wonder zichzelf, overal. Er is geen plaats waar het wonder niet is Het wonder is dit, dit en ook dit. Niet het denkbeeld ervan, maar de duidelijke en onloochenbare actualiteit van nu. Wie zou deze beelden, geluiden, geuren van nu kunnen ontkennen? Wie zou dat in vredesnaam willen?

Ik word vernietigd hierin, ik krimp door de uitgestrektheid, ik word totaal onbeduidend gemaakt door het kleinste detail: de kleine scheuren in het trottoir, het flikkerende licht van een straatlantaarn, een hond die blaft, de bomen die ruisen in de avondwind. Elke kleinigheid maakt een einde aan mij.

1001004006404016

De ogen schieten overal heen, en met elke beweging van de oogballen is er een compleet nieuwe wereld, een onontdekt land. Niets is van het ene moment op het andere hetzelfde, dat wil zeggen, er zijn helemaal geen ‘momenten’. Alleen  dit, alleen het duidelijke dat zich nu, nu en nu openbaart.

En denken is er niet bij: denken komt achteraf, denken is altijd een interpretatie achteraf, een nutteloze toevoeging, mosterd na de maaltijd. Denken is dood – dit is levend. Denken is van het verleden – dit is zo duidelijk van nu. Dit wist het verleden uit, dit vernietigt het totaal. Wat is het verleden nutteloos! Wat zijn die verhaaltjes nutteloos, over ‘mij en mijn leven’! Ook die worden vernietigd met iedere voetstap, met iedere ademhaling. ieder moment nieuw, ieder moment vers, ieder moment een openbaring, een wonder dat niet te verwoorden is.

Zo wandel ik alleen, thuisloos, gezichtsloos, hopeloos, zonder verleden, zonder toekomst. En toch kunnen die dingen zich aandienen, en dat is prima. Deze dingen kunnen zich aandienen, en als ze dat doen, wat zou het? Werkelijk, wie kan het een moer schelen? Wat zich aandient dient zich aan. Wat er gebeurt, gebeurt er. En wij lijden alleen in zoverre wij niet willen dat datgene wat er gebeurt, gebeurt.

Maar voorbij alle ideeën van lijden, voorbij alle gedachten, voorbij ieder idee van ‘bevrijding’ of ‘verlichting’ of ‘bewustwording’, voorbij elk voorbij, geven die straatlantaarns hun flikkerende licht, wakkert de wind aan, en is er honger, en beweegt het lichaam zich naar de bushalte, en is het vermoedelijk tijd om naar huis te gaan.

Voor mij, verteerd door de uitgestrektheid, is er helemaal niets meer te doen, nergens meer heen te gaan, geen mogelijkheid van wat dan ook. Er is enkel dit, zoals er altijd is geweest. Er is niets veranderd en alles is veranderd, maar zelfs dat is al te veel gezegd. Er valt niets te weten hierover. Niets kan feitelijk gezegd worden, hoewel de woorden weer komen. En dat is prachtig. Prachtig omdat het niet anders kan zijn.

Vanavond verteerde de stilte mij, en de stilte was alles, maar in de stilte diende zich een wereld aan, en jawel, het was een ogenschijnlijke wereld, maar wat voor ogenschijnlijke wereld! Een ogenschijnlijke wereld, ogenschijnlijk voor niemand.

Hoewel ik, in het verhaal honderd keer eerder door de stad heb gewandeld, was deze avond de eerste avond dat ik ooit door de stad wandelde, zonder enige twijfel. Vanavond was de stad nieuw, het was werkelijk een onontdekt land. niets was erover bekend. Niets. En dus was het in feite helemaal geen ‘stad’, helemaal niet. Het was alles. Het was het universum in zijn volheid. En het was niets. Een uitgestrekte leegte, een lege uitgestrektheid. En ik werd volkomen vernietigd door de uitgestrektheid, en ik was ook volledig aanwezig. Het was geen tegenstrijdigheid, allerminst. Tegenstrijdigheden dienen zich enkel aan bij een denken dat naar iets op zoek is.

Maar er is geen denken, en geen zoeken.

Alleen dit, het bijzondere dit, het onloochenbare dit…

…en verder niets.

Uit, Het begin van het nu, Jeff Foster, Copyright Jef Foster, copyright 2009 Kosmos Uitgevers B.V.,Utrecht/Antwerpen

Reacties zijn gesloten